CHRYSOSTOMUS: Want dat wij bevrijd worden van de walgelijkheid van de zonden, dat is een daad van Christus' macht.
Overzicht
De leefwereld van de eerste christenen
De leefwereld van de eerste christenen is een multiculturele en een multireligieuze leefwereld. In het Romeinse Rijk, het Imperium Romanum, een smeltkroes van alle mogelijke tradities en culturen, landen en volkeren, gold het recht van de sterkste. De sterkste was de keizer, de Divus Augustus, de goddelijke Verhevene, die als god de alleenheerschappij bezat over heel Europa, Israël, Egypte en de hele kuststrook van Noord-Africa. De keizers lieten zich met wierook en offers als een god vereren; dit was alles bedoeld om de continuïteit van het Rijk te waarborgen. Als de goddelijke keizer voldoende vereerd werd, was zijn kans op succes groter. De waarborg van de vrede werd ook hoger ingeschat dan in een situatie waarin deze verering niet zou hebben plaatsgevonden. De christenen ondervonden dit al spoedig bij de vervolgingen onder keizer Trajanus. Het feit alleen al dat zij christen waren was bedreigend en voldoende om hen ter dood te brengen. De halsstarrigheid van de christenen om geen wierook voor de keizer te branden en geen offers aan de goddelijke Verhevene te brengen gold als bizar en sektarisch. Hiermee lieten christenen, in de beleving van de keizer, vooral zien dat ze niet loyaal aan de keizer waren, maar hun eigen spoor wilden trekken. In de maatschappij van die dagen werd dat absoluut niet begrepen. Eerder wekte het haat, wrevel, ongeduld of ergernis op. Het gevaar van christenen was, in de beleving van de heidenen, dat ze veel te veel hun eigen ding deden. Omdat heidenen van christenen weinig wisten, vonden allerlei horror-verhalen al spoedig gretig aftrek. Baby's zouden tijdens rituele slachtingen worden vermoord, ook hadden 'broeders en zusters' een ongebreideld sexueel leven met elkaar. Liefdeskussen en -maaltijden tijdens onzichtbare meetingen vormden toch een regelmatig terugkerend onderdeel? Het christendom werd daarbij bepaald niet geholpen door zijn ''concurrenten''; de Dionysus-cultus en de Mithrasdienst beschikten over verdachte inwijdingsmysteriën. De historicus Livius beschrijft de angst die er in de maatschappij bestond voor de vergaande inwijdingsrituelen van de eerstgenoemde godsdienst. In de laatstgenoemde cultus konden door de kandidaat zeven graden van ''bekwaamheid'' worden behaald. Eén van de rituelen bestond uit een ''pretended homicide", een gesuggereerde mensenmoord. De angst die Livius beschrijft is waarschijnlijk niet ongegrond. In de Romeinse maatschappij had men krachtig stelling moeten nemen tegen de Dionysus-cultus, waar sexuele uitspattingen, verkrachting en rituele moord 'onderdelen' waren van de religie. 'Er is nog nooit zo'n schurkengroep in onze samenleving geweest, nooit waren er zoveel mensen bij betrokken, nooit ging het om zoveel uiteenlopende criminele activiteiten. Jullie moeten weten dat alle zedenmisdrijven, alle gevallen van oplichterij, alle zware delicten van de laatste jaren voortkomen uit deze ene sekte!' zei consul Postumius tegen de senaat (Livius 39,16), toen de situatie onhoudbaar dreigde te worden. De door Livius opgeschreven ooggetuigenverklaringen zijn echter -zo mogelijk- nog indringender. ''Sinds de riten gemeenschappelijk zijn en mannen met vrouwen gemengd zijn en de ongebondenheid van de nacht er nog bijgekomen is, is daar geen enkele vorm van misdrijf, geen enkele vorm van schanddaad achterwege gelaten. Er vindt meer ontucht van mannen onderling dan van mannen met vrouwen plaats. Als sommigen de schandelijke behandeling niet goed verdragen en te weinig geneigd zijn tot een misdaad, worden ze gedood alsof het offerdieren waren. Niets als ongeoorloofd beschouwen, dat is voor hen het hoogste gebod. Alsof hun geest aangetast is, spreken mannen profetieën uit, terwijl ze hun lichamen heftig heen en weer bewegen.'' (Livius, 39,18)
Als centraal ritueel binnen de tweede serieuze concurrent van het Christendom, het Mithraisme, stond het doden van een stier centraal. Het doden van de stier zou door de god Mithras gerealiseerd zijn. Het bloed en vlees van deze stier zou bijzondere krachten geven en mogelijk zelfs onsterfelijkheid opleveren. Later werd ook brood en wijn gebruikt ter vervanging van de echte stier. We zien hier dat er voor slecht geïnformeerde heidenen redenen genoeg zijn geweest om niet direct met het christendom mee te gaan, Binnen het christendom verwijzen brood en wijn weliswaar naar het lichaam van Christus, en wordt Christus gezien als het Lam Gods, dat is geslacht voor alle mensen, dus hier is sprake van een andersoortige verwijzing, maar de inwijdingsrituelen -de doop kwam in het Mithraisme ook voor- hadden toch voor de gemiddelde Romein een slecht imago. 'In wat voor een griezelige sekte kom ik hierdoor terecht?' zal menigeen zich serieus hebben afgevraagd, ondanks het getuigende karakter van het vroege christendom.

