CHRYSOSTOMUS 'Hoor wat Hij zegt: 'U bent het zout der aarde.'
Augustinus
Augustinus en het vroege christendom
Augustinus: wie kent hem niet? Wellicht heeft u geschriften van de kerkvader gelezen. Zo niet, bij deze een hartelijke oproep ‘tolle lege! [1] In ieder geval zult u wel - onbewust - bekend zijn met onderdelen van het theologische denken van Augustinus. Geen kerkvader heeft namelijk zoveel invloed gehad op de westerse theologie als Augustinus. In dit artikel willen we iets laten zien van de persoon van Augustinus en de invloed van zijn denken. Van daaruit worden enkele lijnen getrokken naar onze eigen tijd en nog iets gezegd over het belang van kennis over het vroege christendom in het algemeen.
Augustinus (354-430) werd geboren als zoon van een christelijke moeder, Monnica, en bracht een groot gedeelte van zijn leven door in de Romeinse provincie Africa. Hoewel Augustinus christelijk was opgevoed, leidde hij in feite een leven zonder God. Tijdens zijn retoricastudie werd bij hem echter het verlangen naar ware wijsheid gewekt: met een ongelooflijke hartegloed ging ik naar de onsterfelijkheid van de wijsheid verlangen. En daarmee was ik begonnen op te staan om naar U terug te keren.[2] Na een lange zoektocht vond Augustinus deze uiteindelijk in de Schrift. Toen Augustinus in Milaan hoogleraar in de welsprekendheid werd, ging hij eens uit nieuwsgierigheid naar de kerk om te horen hoe welsprekend bisschop Ambrosius zou zijn. Door Ambrosius' prediking werd Augustinus diep geraakt. De allegorische manier waarmee Ambrosius de Schrift uitlegde, sprak Augustinus aan, hoewel hij de Bijbel eerst maar slecht van stijl vond. Het gebruik van de allegorie was echter niet beslissend: tegelijk met de woorden die ik waardeerde kwam toch ook de inhoud die mij niet interesseerde in mijn ziel binnen.[3] Augustinus werd nu voor de keus gesteld: het oude leven blijven aanhangen, of het nieuwe verkiezen. En hij kan maar moeilijk tot een keus komen. Van dag tot dag stelde ik het uit in U te gaan leven en ik stelde het niet uit alle dagen in mijzelf te sterven. Met al mijn liefde voor het gelukkige leven vreesde ik dat leven op de plaats waar het was, en terwijl ik het ontvluchtte, bleef ik het zoeken.[4] Hoewel een nieuwe wil tot het goede in hem ontstond, bleef de oude, vleselijke, wil nog steeds actief: en zo bevonden zich die twee willen van mij, één oud en één nieuw, één vleselijk en één geestelijk, met elkander in tweestrijd en verscheurden ze mijn ziel door hun onenigheid.[5] De definitieve verandering geschiedde toen Augustinus, in zijn uitzichtloze ellende van willen en niet willen, in een tuin een spelend kind ‘tolle lege' hoorde zeggen. Augustinus greep het Woord en las de volgende tekst: Laten wij, als op de dag, waardig wandelen; niet in zwelgpartijen, niet in dronkenschappen, niet in slaapkamers en losbandigheden, niet in twist en afgunst. Maar bekleed u met de Heere Jezus Christus, en verzorg het vlees niet om begeerten op te wekken.[6] Deze woorden brachten Augustinus de rust die hij zo zocht: Want meteen, bij het eind van deze zin, stroomde er al een licht van zekerheid in mijn hart binnen en vluchtte al de duisternis van mijn weifelen heen.[7] God liet de zoekende Augustinus niet in het ongewisse. Na zijn bekering trok Augustinus zich met enkele vrienden terug op een landgoed om daar in ascese God te dienen en over Hem te mediteren. In 387 werd hij gedoopt door Ambrosius en in 396 tot bisschop van Hippo Regius gewijd. Dit ambt bekleedde Augustinus tot zijn dood in 430.
Na zijn bekering schreef Augustinus vele boeken, die van onmisbaar belang zijn gebleken voor de westerse theologie. De meer dan 130 werken die zijn bewaard gebleven, zijn van allerlei aard. De Confessiones (‘Belijdenissen') vormen misschien wel Augustinus' bekendste en meest gewaardeerde werk. Niet voor niets is dit meeslepende werk wereldliteratuur geworden. Augustinus beschrijft hierin zijn zoektocht naar God, in de vorm van een gebed. Het is het werk van een vergankelijke zondaar, die op een nederige wijze zijn schuld belijdt en tegelijk God looft: Alle goede dingen immers komen van U, God, en van mijn God komt mij alle heil.[8] Naast de meer autobiografische ‘Belijdenissen' schreef Augustinus ook veel theologische werken, waarin hij zijn opvattingen en ideeën uiteenzet, die tot op de dag van vandaag hun invloed hebben in de theologie.
Om de hedendaagse theologie goed te begrijpen is daarom ook kennis nodig van het werk van Augustinus en andere kerkvaders. Dit kan geïllustreerd worden door te kijken hoe Augustinus' opvatting over de kerk nu nog steeds doorwerkt. Volgens Augustinus bestaat de kerk nu nog uit een gemengd gezelschap van gelovigen en niet-gelovigen, die bij het oordeel gescheiden zullen worden: in deze boze wereld (...) mengen zich dus vele verworpenen onder de goeden: beiden worden als in het sleepnet van het evangelie bijeengebracht en in het netwerk ingesloten blijven ze ononderscheiden voort zwemmen in deze wereld, als in een zee, totdat de kust bereikt wordt waar de kwaden van de goeden gescheiden zullen worden en waar God dan in de goeden, als in zijn tempel, als in allen zal zijn.[9] Calvijn bedoelde later iets soortgelijks toen hij zei dat er in de kerk ‘dikwijls geen onderscheid kan opgemerkt worden tussen Gods kinderen en de onheiligen, tussen zijn eigen kudde en de wilde dieren'.[10] Onder meer uit dit voorbeeld blijkt al wel dat de gereformeerde theologie schatplichtig is aan het vroege christendom. Voor een goed begrip en de juiste waardering van de rijkdom van de gereformeerde theologie is kennis van kerkvaders als Augustinus dus ook onontbeerlijk.
Daarnaast zijn er echter nog meer argumenten om het belang van kennis over het vroege christendom en de leer van de kerkvaders niet te onderschatten. De vroege kerk kreeg namelijk te maken met problemen die nu nog steeds gelden. De kerk was een minderheid in een pluriforme samenleving, die was samengesteld uit vele volken en even zovele religies. In Rome werd zelfs een groot gebouw neergezet om alle goden een plaatsje te geven: het Pantheon. In zo'n wereld zagen de kerkvaders zich voor de taak geplaatst om de juiste identiteit van het christendom vast te stellen en door te geven aan de wereld om hen heen. Hedendaagse christenen kunnen in persoonlijk contact met niet-christenen heel wat leren van de argumenten die de kerkvaders daarbij gebruikten om de boodschap over te brengen aan andersdenkenden. Dit alles Ad Majorem Dei Gloriam![11]
Kennis van het vroege christendom heeft niet alleen waarde voor de individuele christen, maar ook voor de kerk in het algemeen. Het is onjuist om te denken dat er in het vroege christendom geen verdeeldheid was. Die was er zeker wel. In het huidige kerkelijke landschap zou evenwel kennis van de Vroege Kerk de zoektocht naar eenheid kunnen bevorderen. De kerkvaders hebben niet alleen vele vragen en worstelingen zorgvuldig gedocumenteerd maar zij reiken ook belangrijke noties aan, die het christenleven kunnen verdiepen: Eerbied voor God, de noodzaak om met de Heere in het reine te komen en een zelfopofferend leven te leiden in Zijn dienst, de navolging van Christus. Het moge duidelijk zijn dat de eerbied voor de Schrift en de noodzaak van waarachtige bekering worden voorgestaan door de kerkvaders. Dit heeft evenwel ook iets te zeggen voor ons hedendaagse (kerkelijk) leven. Een theologisch denker als Augustinus kan onze ogen openen voor de situatie waarin wij ons als kerk, of als gelovigen in bevinden. God is getrouw, waar wij dat van nature niet zijn. Dit had onze kerkvader tot zijn schaamte ontdekt en de God waarvoor hij dit beleed en Die hem zijn zonden vergaf, leeft nog steeds!
Als laatste argument willen wij wijzen op het belang om met de kerkvaders ‘in gesprek' te treden. De kerkvaders worstelden met vragen die velen zullen herkennen. Wie is God? Hoe kan Hij gevonden worden? Heeft de mens nu een vrije wil of niet? Wat heb ik aan de kerk? Juist in onze postmoderne wereld, waar er volgens velen geen eensluidend antwoord meer mogelijk is op dergelijke vragen, is het goed om terug te gaan naar de bronnen van het christendom. Kennis van de traditie is nodig om er vast geworteld in te blijven en niet mee te waaien met allerlei wind van leer.
In het bovenstaande hebben we zeer in het kort uiteengezet wie Augustinus was en enkele argumenten gegeven voor het belang van kennis van het vroege christendom. We hopen dat u (opnieuw) enthousiast bent geworden en dat u zich gaat verdiepen in de schatten van de vroege kerk, die wij als Stichting willen ontsluiten. Die gaan iets of veel voor ons betekenen wanneer we er zelf kennis van nemen. Neem daarom eens een werk van Augustinus ter hand, bijvoorbeeld een preek of zijn Belijdenissen. Dan zult u vast beamen wat een vriend van Augustinus heeft gezegd: ‘In die geschriften kan men zien wie hij was en hoe groot hij door Gods genade in de Kerk geweest is'.[12]
Aanbevolen literatuur:
Augustinus, Belijdenissen, vertaald en ingeleid door Gerard Wijdeveld, Amsterdam: Uitgeverij Ambo, Amsterdam, 1997
Augustinus, De stad van God, vertaald en ingeleid door Gerard Wijdeveld, Amsterdam: Ambo, 1992
Augustinus, Twintig preken van Augustinus, vertaald door Gerard Wijdeveld en ingeleid door Paul van Geest, Amsterdam: Van Gennep, 2008
Calvijn, Institutie, vertaald door C.A. de Niet, Houten: Den Hertog, 2009
Schrama, Martijn, Augustinus: de binnenkant van zijn denken, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema, 1999
Zwaag, K. van der, Augustinus, de kerkvader van het westen: zijn leven, zijn werk, zijn invloed, Heerenveen: Uitgeverij Groen, 2008
Klazina Staat
Alexander Treur
[9] Aug., De Civitate Dei XVIII, 49
[10] Calvijn, Institutie, boek IV, II.2
[11] ‘Tot grotere glorie van God!'
[12] Possidius, Vita Sancti Augustini, 31. Overgenomen uit Schrama 1999, 7
dit is demo tekst.

